Samen zijn wij het Grotius!

Openbaar voortgezet onderwijs Delft

Juniusstraat 8 | 2625 XZ Delft | tel. 015 - 8 000 000

Met veel passie en hard werken

Interview met drie Delftse ondernemers

Succes op school garandeert nog niet dat het je later ook lukt om een mooie maatschappelijke carrière op te bouwen, al helpt het vaak wel. Dat je succes kunt afdwingen, ook als het op school niet helemaal lekker liep, bewijzen drie Delftse ondernemers, de oud-leerlingen Yuri Verbeek, Henk Schenkels en Silvano Bellai. Hun verhalen zijn verschillend, maar hebben een belangrijke succesfactor gemeen: passie voor hun vak en hard werken.


Smaakplaatjes
Yuri Verbeek zat maar kort op het Grotius. Van de Delftse schoolvereniging kwam hij in 1976 in de brugklas in het nieuwe gebouw aan de Juniusstraat. ‘Er zat veel onrust in me, ik kon me niet op school concentreren’, blikt hij terug. Het gevolg was dat hij aan het eind van het schooljaar het advies kreeg om naar het vmbo te gaan. Veel weet hij zich van dat eerste jaar niet te herinneren. De namen van Besuyen en Heijbers komen boven en: ‘U was mijn mentor en ik herinner me nog dat u een brief hebt geschreven dat het wel goed met me zou komen.’ Hij kan er nu om lachen, want Yuri Verbeek is inmiddels een grote naam in de culinaire wereld. De chef-kok is sinds 2004 eigenaar van kookstudio de Kokkerie in Delft, verzorgt workshops en tal van culinaire evenementen. Bekend is zijn belevingsrestaurant in de Van Mandelezaal in museum het Prinsenhof.

 

Hij is gastdocent bij het Cas Spijkerscollege en heeft twee boeken op zijn naam staan: Kook- en dagboek van een chef-kok (2002) en Chef over de vloer (2011). In 2009 werd hij winnaar van de Grand Prix Culinaire.

 

 

 

 

 

‘Toen ik in 1985 stage liep bij Saur in Den Haag wist ik eindelijk wat ik wilde. In 1991 vroeg Vlaanderen me als chef-kok. Daar kon ik mijn droom waarmaken. Ik wil creatief koken en mensen verrassen. We kregen al snel een goede reputatie en groeiden. Het gevolg was dat ik op het laatst niet meer aan het fornuis stond , maar alleen nog aan het managen was. Dat was dus niet mijn droombaan.’ Hij begon weer voor zichzelf in de Kokkerie. ‘Laat mij maar in dit poppenhuisje aanrommelen. Ik heb voortdurend smaakplaatjes is mijn hoofd. Ik wil de mensen verrassen en dat doe ik niet door allemaal schilderijtjes op het bord te toveren. Ik gebruik juist vaak alledaagse dingen in een onverwachte situatie.’ Hij geeft als voorbeeld hoe hij een belangrijke handelsdelegatie uit Japan als dessert een hamburger met frietjes voorschotelde. ’Het leek natuurlijk alleen op een hamburger met frietjes, in werkelijkheid was de hamburger een makaron met chocola ende sla was van mint. Zoiets is dan heel spannend. Het viel gelukkig in de smaak. De Japanse minister is me na afloop nog speciaal komen bedanken voor dat bijzondere gerecht.’  

 

Het verrassingselement is belangrijk in zijn kookkunst. ‘Ik ben helemaal van het out-of-the-box-denken,’ zegt hij. In de samenwerking met bloemsierkunstenaar Pim van de Akker komt die kwaliteit goed tot uiting. ‘Hij ontwierp voor een fashionevenement een jurk van berkenbast. Ik moest daarbij een gerecht verzinnen. Ik ben toen berkenbast gaan gebruiken om vlees te roken. Bleek prima te gaan.’


Mensenmens
Ook voor Henk Schenkels is het creatieve element in zijn vak belangrijk. ‘Als ik goed had kunnen tekenen, had ik wel iets in de design gedaan, maar als kapper kun je ook creatief zijn. Bovendien ben ik een mensenmens  en in dit vak  komen beide samen.’ Commercieel talent heeft hij ook. De Sjenkels-keten bestaat inmiddels 25 jaar en telt 10 filialen, onder andere in Rotterdam en Amsterdam. Voor de doelgroep van 18 tot 35 jaar heeft hij de Hype kapperszaken gestart en tijdens het gesprek blijkt hij ook nog belangen in andere zaken te hebben. Bovendien is hij de Heads Academy begonnen.

‘We leiden nu onze eigen kappers en ondernemers op. Het is een particuliere opleiding op mbo-4 niveau, uniek voor Nederland. Zo kan ik mijn kennis delen en inspelen op de wensen van de consument. Als ondernemer moet je heel erg proactief zijn.’

 


Hij zegt dat hij het ondernemen op het Grotius heeft geleerd. ‘In de tweede klas van de mavo organiseerde ik al een leerlingenstaking omdat we in een huiswerkvrijweekend toch werk op kregen van mevrouw Van Gennip voor Duits. Conrector Schoenmaker heeft toen bemiddeld en ons gelijk gegeven.’ In 1975 begon hij in de brugklas in het noodgebouw aan de Juniusstraat.

Hij herinnert zich de boterkoeken en negerzoenen van conciërge Beekhuizen nog.  In het nieuwe gebouw deed hij de brugklas in 1976 nog eens over. Daar kreeg hij te maken met conciërge Seegers. ‘Het nieuwe linoleum in de kantine was lekker glad. Ik demonstreerde een Kung Fu-trap tegen een tafel, die daardoor wel vijf meter weggleed. Seegers greep me meteen in de nek en ik mocht rector Wildeman uitleggen wat ik gedaan had. Die schorste me voor de rest van de dag. Toen ik thuis kwam, bleek dat ze mijn vader ook al hadden gebeld, want die was van zijn werk gekomen om me echt te straffen.’ Hij lacht erom. ‘Ik heb op Grotius een geweldige tijd gehad. Ik zat in de leerlingenraad en we hadden een prachtig stel jonge bevlogen leraren.’ Hij kent ze bijna nog allemaal bij naam: ‘Dirk Klopper, Paul de Bruin, Peter Duppen, Mondi Hoek, Marcel Nonhebel, Emiel Spaanbroek…en jij gaf me een onvoldoende omdat ik lettergrepen niet aan elkaar schreef. Ik heb je toen in mijn schrift laten zien dat ik altijd zo schreef. Toen heb je die onvoldoende  geschrapt.’ De groep leerlingen met wie hij dagelijks optrok, zijn ook nu nog zijn vrienden: Dick van Strien, Rob Kolfers, Martin van de Berg. Later kwamen daar nog vriendschappen bij met Gaby Dam, Katja en Luuk Mur en Ronald Vermeulen werd zelfs zijn zwager.

 

De liefde voor het kappersvak begon op het Grotius. Frank Johanns liet bij maatschappijleer Cees Vos, de Delftse kapper, in de les vertellen over zijn vak. ’Ik wist direct dat ik dat ook wilde. Als 15-jarige kon ik meteen bij Cees Vos gaan werken. Anderen heb ik toen ook enthousiast gemaakt. Van mijn mavo-examenklas in 1980 gingen er zeven leerlingen de kappersopleiding doen.’ Het is voor hem nog steeds het mooiste beroep dat er is. ‘Ik heb klanten die ik al 30 jaar knip. Het is een uniek ambacht.’


Genieten en laten genieten
Silvano Bellai bedient nog dagelijks zelf de klanten op zijn terras aan de Beestenmarkt. ‘Ik heb er lol in dat de mensen denken dat ik de ober ben, terwijl de zaak toch echt van mij is.’ In 1994 ging hij er werken en drie jaar later werd De Smoezer zijn eigendom. In 2008 verbouwde hij de zaak naar zijn eigen ontwerp en sindsdien heet het BAR SIL. ‘Ik heet al Sil vanaf de kleuterschool. Deze bar voelt als thuis. Ik zit nu in mijn droom. Ik ben onderdeel van Delft. Ik richt me op een breed publiek. Mijn kracht is mensen bekoren. Ik geniet als mijn klanten genieten. Ze voelen zich welkom en blijven me trouw. De Beestenmarkt is het mooiste plein van Nederland en Delft is een stad van gunnen. Hier kun je nog ‘s nachts de stoelen op de terrassen laten staan.’


In 1980 kwam Silvano op het Grotius College. Hij bleef zitten in de brugklas en kwam toen bij Regi Blinker in de klas. Bellai en Blinker, de twee B’s, waren de grote voetbaltalenten van Delft. ‘Op mijn zeventiende speelde ik in het eerste van DHC. Regi ging naar Feijenoord. Ik had ook wel een voetbalcarrière kunnen maken, maar was niet altijd gemotiveerd. Ik ben heel lang een jongen van ups en downs geweest.’ Niet alleen in het voetbal, ook op school. Hij zakte in 1985 voor zijn mavo-diploma en haalde in 1986 halverwege het examenjaar een rottigheidje uit, waardoor hij geschorst werd. ‘Ik mocht alleen nog schoolonderzoeken doen en moest mezelf op het examen voorbereiden. Dankzij Robbie van de Bos ben ik geslaagd. Die kwam me werk brengen en heeft me er echt doorheen gesleept.’ Daarna ging hij naar het mbo, maar na twee jaar had hij ging motivatie meer. Eerst werken in een kledingzaak, toen in de zwakzinnigenzorg. ‘Ik ben een mensenmens, dat werk lag me wel, maar het betaalde niet. De horeca verdiende beter.’


‘Hoewel school een moetje was, heb ik het er altijd naar mijn zin gehad.’ Favoriete vakken had hij niet of het zou gymnastiek moeten zijn. Parrel, Heijsteeg, De Groot, herinnert hij zich, maar ook mevrouw Schoo en mevrouw Huijsmans. ‘En Heijbers natuurlijk, die komt nog wel eens langs.’ Gerard Kroeze en Peter Duppen zag hij eveneens op zijn terras. ‘Triest dat die al zo jong overleden zijn.’ Van de leerlingen noemt hij nog Marcel van Velzen, Annemiek Zuurmond, Petra Soethout (‘m’n vriendinnetje’) en Emiel Gaspar.
‘Uiteindelijk leer je jezelf kennen en weet je wie je bent. Ik heb op m’n dertigste een lijn uitgezet en volg die nu. Succes komt niet vanzelf. Het is hard werken, maar het belangrijkste is dat ik doe wat ik leuk vind.’ BAR SIL runt hij tegenwoordig samen met zijn partner Nikki Zonderland, die in 2004 haar vwo-examen op het Grotius College behaalde. ‘ Zij is nooit blijven zitten’, lacht hij.